Een stukje geschiedenis van de Koninklijke Belgische Poedelclub

 

Onze club werd opgericht in november 1942 met als voorzitster Mw. Paulette Van Walen-Roux, iemand die het ras heel goed kende, zelf fokster van Poedels.

In juli 1974 verscheen voor het eerst ons blad “ Levensvreugde”, een driemaandelijks  blad die tot op heden nog veel succes kent.

Op 9 mei 1982 werd in Brussel de vzw Belgische Poedelclub gesticht, met aansluiting bij de KKUSH onder het nummer 378. Ons aantal leden werd steeds groter, tentoonstellers als niet-tentoonstellers, als fokkers van het ras treden tot onze club toe. In 1984 na het overlijden van Mw. Van Walen nam de heer Bob Teughels het voorzitterschap over. Op 17 februari 2000 heeft hij  ons jammerlijk  verlaten na een periode van volle inzet voor onze club en voor ons ras. Op 18 november 1992 heeft zijne Majesteit Koning Boudewijn de club de toelating gegeven om de naam te dragen van “ Koninklijke Belgische Poedelclub”, dit na 50 jaar bestaan.

Door de groei van het ledenaantal konden diverse activiteiten worden georganiseerd, zoals een jaarlijkse wandeling, een Poedelspeciale met toekenning van het CAC ( minimum 50 inschrijvingen zijn vereist), een selectiedag enz…

Onze Koninklijke Belgische Poedelclub heeft het doel om de poedelliefhebbers samen te brengen en zoveel mogelijk informatie te verstrekken, om ons ras te verbeteren op gezondheid, karakter en schoonheid.

De dienst pupbemiddeling staat in om de bezitters en de eventuele bezitters op de hoogte brengen over de typische kenmerken en eigenschappen van ons geliefd ras

 

 

 Voorzitter / Penningmeester : Guy Gochet:

† Ere: Léon Geradi

Ondervoorzitter/ Secretaris: Emilienne De Leeuw

Ere Lid : Carmen Geers

 

 

 

 

Het karakter van de POEDEL

 

Hoe beter ik de mensen leer kennen, hoe meer ik van mijn poedel houd!

 

Zegt men niet dikwijls: trouw als een poedel. Zijn aanhankelijkheid, zijn toewijding, zijn tederheid.

Hij is opvallend intelligent, dit is ook zijn hoofdeigenschap.

Hij is zeer gewillig en bezit een verbazend geheugen. Daar hij zeer levendig is ravot hij graag met kinderen en maakt hen gelukkig. Hij bezit al de innerlijke kwaliteiten om  een gezelschapshond te zijn. Hij hecht zich aan zijn meesters, die hij zonder vrees aanneemt en heeft maar één wens; hun te behagen, en één vrees; hun te mishagen.

Met doordringende blik tast hij hen af, past zich aan, aan de gewoonten van het huis waar hij opgenomen wordt. Hij is zacht met bejaarden en past zijn leven aan hun ritme aan, hij is vol attentie en stil met een zieke. Hij is vrolijk, speels, ondeugend, zelfs uitdagend met kinderen.

Hij hecht zich aan zijn meester en stelt vertrouwen in diens vrienden. Hij schenkt geen aandacht aan de onverschilligen. Wanneer men de bewaking van het huis aan hem overlaat, zal hij dat vertrouwen niet beschamen.

Ik kan geen enkele hond met een poedel vergelijken daar deze ons, door een soort intuïtie, blijkt te begrijpen.Toegewijd is hij in staat zich met heel zijn hart aan iemand te hechten. Zijn intelligentie gaat gepaard met een charmante, verassende fantasie.

Zijn lichaam zelf, door zijn onbetwiste schoonheid, blijkt bij te dragen tot zijn morele kwaliteiten. Hij heeft een uitdrukkingsvolle mimiek  en een zeer speciale allure, tegelijkertijd vrolijk en stijlvol dansend en gekunsteld, iets wat goed tot uiting komt in het gangwerk.

De poedel is gewillig, aanhankelijk, zindelijk, hij is ook begaafd met een bijzondere oriëntatiezin en een verbazend geheugen.

Wat zijn bevattingsvermogen betreft, is hij zo vlug, dat het ons, arme mensen, soms in de war brengt. Ook neemt hij graag initiatieven en maakt gevolgtrekkingen die ons werkelijk onder alle omstandigheden verbazen. 

In ieder geval een aangename kameraad, zijn natuurlijke voornaamheid plaatst een stempel op zijn aanhankelijke persoonlijkheid.

De poedel is veel goedheid, gegoten in de vorm van een dier.

Hij bezit enkele goede hoedanigheden van de mens, maar hun gebreken niet. Het is de beminnelijkste hond die men kan bezitten. De poedel schept door zijn aanwezigheid alleen reeds een klimaat en in het bezit van een poedel betekent het einde van de eenzaamheid.

Als een poedel lijdt, denkt hij alleen maar aan zijn meester. Zag u reeds een poedel sterven?

Zelfs in zijn doodstrijd blijken zijn ogen om vergiffenis te vragen voor het verdriet dat hij je aandeed.

Wie zou deze zeer eerlijke vriend van de mens durven tiranniseren en hem de toewijding onthouden die hij ons zo gul gunt?